We spreken Jan Rijksen (30). Jan werkt inmiddels 7 jaar bij Siloah. Hij is ooit begonnen op onze locatie in Barneveld en heeft enige tijd geleden de overstap gemaakt naar Bodegraven. Daar werkt hij op woonlocatie de Akker als coördinator op de dagbesteding en als coördinator voor Woning 10. Jan werkt in het cluster Intensieve Begeleiding.
De Akker bestaat uit verschillende woningen waar verschillende doelgroepen wonen: cluster zorg, cluster begeleiding en cluster intensieve begeleiding. Op deze locatie wonen 6 mannen in de leeftijd van 30-52 jaar. Naast een verstandelijk beperking is bij deze mannen ook sprake van autisme en moeilijk verstaanbaar gedrag. Ze kunnen zich verbaal uiten, maar weten niet altijd de juiste woorden te geven aan hoe ze zich voelen. Het is als begeleider de uitdaging om goed aan te sluiten en ze op sociaal-emotioneel vlak te begeleiden. Je hebt avonden dat je gezellig wat met elkaar zit te drinken en doorpraat over dingen, op donderdagavond gaan we zwemmen, en op vrijdag halen we altijd – als vast ritueel – samen de weekendboodschappen. Daarnaast hebben we allerlei verschillende dagbestedingsgroepen: een bakkerij, een werkplaats, een wasserette, en een drukkerij. Daarnaast hebben we ook een buitenterrein waar cliënten kunnen schommelen. Ook is er een moestuin en een dierentuin. Op de dagbesteding doen we ons best om de mannen een zinvolle dag te geven. Op de werkplaats werken we vooral vaak buiten. Ik ga dan bijvoorbeeld de heggen snoeien, grasmaaien of bladharken. Ook doen we op de werkplaats aan houtbewerking voor het Atelier van Siloah in het centrum van Bodegraven. We demonteren, sorteren en brengen afval en ijzer weg.
Naast mijn werk als coördinator ben ik enkele weken geleden begonnen als trainer weerbaarheid. In deze trainingen leer ik de collega’s hoe om te gaan met hun eigen spanningsopbouw en het herstellen daarvan. Ik probeer hen bewust te maken van wat spanning met je doet, hoe het overkomt en welke invloed het kan hebben op de cliënten.
We merken dat als een begeleider zich bewust is van zijn eigen gedrag, er ook meer rust komt bij de bewoners. Het is vaak een wisselwerking. Als een cliënt spanning ervaart, is de kans groot dat de begeleider daarin meegaat. Ook kan een begeleider zelfs onbedoeld spanning veroorzaken bij de cliënt. Maar als je de begeleider leert dicht bij zijn lichaam te blijven, en bewust zijn of haar emoties te reguleren – vaak doen we dat al maar zijn we ons daar niet van bewust – schiet de begeleider niet mee omhoog in de spanning van de cliënt. De cliënt kan zich dan sneller herstellen.
Een stuk zelfzorg is heel belangrijk. Cliënten voelen alles haarfijn aan. Ik denk dat als je verantwoordelijk bent voor de zorg voor cliënten het heel belangrijk is om je bewust te zijn van je eigen emoties en van hoe je je emoties reguleert. Daarnaast is het belangrijk om nuchter te zijn. Dat je niet bang bent om te falen. En dat als je een wat mindere dag hebt – wat ons allemaal wel eens overkomt – je dingen uit handen kunt geven aan collega’s. Ik denk dat je vooral goed voor jezelf moet kunnen zorgen als je dit werk doet.
Er zijn verschillende methodieken die vallen onder de zorgvisie Begeleiden met Perspectief. Wij werken op onze locatie onder andere met de methodiek Triple C. Een van de uitgangspunten van Triple C is het principe ‘Samen 100%’. ‘Samen 100%’ houdt in dat als een cliënt een activiteit moet gaan doen terwijl hij of zij op dat moment de draagkracht niet heeft, je de cliënt 2% laat doen en je zelf de overige 98% doet. Maar als de draagkracht van de cliënt vervolgens groter wordt, kun je dit opschalen naar bijvoorbeeld “fifty fifty”. Als je namelijk iets van een client verwacht terwijl hij of zij op dat moment de draagkracht niet heeft, dan kun je een conflict krijgen. Je verwacht iets van hem, maar hij kan het dan niet. Dan kom je uiteindelijk ook in conflict met jezelf; je wilt consequent zijn, maar tegelijkertijd wil je de situatie ook niet gaan forceren. De oplossing is dan om te blijven observeren: In welke fase zit de cliënt nu en wat is zijn behoefte op dit moment? Ik ben ervan overtuigd dat onze bewoners altijd graag op een ontspannen of actieve manier bezig willen zijn. Maar vaak is hen het doel niet duidelijk en daar zit dan voor ons de uitdaging.
Wat vind je het meest belangrijk in je houding als begeleider?Ik vind het belangrijk om de cliënten onvoorwaardelijke ondersteuning te geven. Dat je een relatie aangaat die onvoorwaardelijk is. Als een cliënt je kleineert en je slaat en schopt, dat je hem dat niet persoonlijk aanrekent. Dat je hem nabijheid blijft bieden conform de behoefte. Ik denk dat je heel veel veiligheid biedt als je naast de cliënt blijft staan, terwijl hij op en neer gaat in zijn spanningsboog. Je straft dan niet, je rekent het hem niet aan. Je ziet vaak dat cliënten sorry zeggen voor hun gedrag, omdat ze dat soms aangeleerd hebben. Bij mij hoeft dat niet. Ik hou er ook niet van als ze dat doen. Ik wil dat cliënten van mij leren: “het maakt niet uit wat ik doe of wie ik ben, want mijn begeleider blijft naast me staan, wat er ook gebeurt.” Dit stukje onvoorwaardelijke begeleiding, daar heb ik echt wat mee. En ik heb gezien dat dit echt daadwerkelijk werkt als je daarnaar streeft, elke dag opnieuw.
Werk je bij Siloah en wil je meer weten over deze trainingen? Of spreekt het werken bij De Akker in Bodegraven je aan? Neem dan contact op met manager Johan Goudswaard (j.goudswaard@siloah.nl).